Gastblog Irene Thuis: Clientondersteuning in of naast het sociale wijkteam?

Irene Thuis

Directeur/bestuurder MEE Zuid Limburg Irene Thuis 

Onafhankelijke cliëntondersteuning.

In de Wmo-wetgeving is opgenomen dat gemeenten de verplichting hebben om onafhankelijke cliëntondersteuning voor hun burgers beschikbaar te stellen. Dat is een groot goed. Via de memorie van toelichting is aangegeven wat hier onder verstaan wordt en dat is beduidend meer dan het ondersteunen van een cliënt bij een keukentafelgesprek. Terecht. Het gaat over versterking; het bevorderen van de zelfregie en maatschappelijke inclusie van mensen (met een beperking). Meedoen mogelijk maken, daar gaat het om.
Begin 2015 bleek uit onderzoek dat de MEE organisaties in 86 procent van de sociale wijkteams vertegenwoordigd waren. Een mooie score. Als organisaties die bij uitstek bekend staan om hun onafhankelijke cliëntondersteuning iets om trots op te zijn.
Nu we een jaar verder zijn, stel ik mij de vraag of dit eigenlijk wel de juiste plaats is voor de onafhankelijke cliëntondersteuning.

Hét sociale wijkteam

Hét sociale wijkteam bestaat niet. In iedere gemeente ligt er een andere taak­opdracht en/of andere werkwijze. Het ene wijkteam geeft indicaties voor maat­werkvoorzieningen af; het andere beweegt zich echt in het voorliggend veld. Deelnemers komen de ene keer uit datzelfde voorliggend veld; de andere keer uit tweedelijns organisaties. Wat ze gemeen hebben, is dat de toeloop groot is en de druk op de professionals hoog. Dat maakt dat de tijd voor de individuele burger c.q. cliënt meer dan eens onder druk staat. En is dan niet de snelste en makkelijk­ste weg om door te verwijzen naar een maatwerkvoorziening?
De MEE-professional staat voor onafhankelijke ondersteuning. Onafhankelijkheid ten opzichte van beslissers over voorzieningen, maar ook onafhankelijkheid ten opzichte van zorgleveranciers. Werken vanuit het perspectief van en staand naast de cliënt. Daar moet ruimte voor zijn; in of naast het sociale wijkteam. Maar wordt die ruimte ook overal gegeven?

Integrale aanpak

Waar de cliëntondersteuning altijd een integrale aanpak kende (1 gezin 1 plan bestaat al lang), leidt deelname aan wijkteams soms tot noodgedwongen schot­ten.

Wmo-taken; jeugdtaken en participatietaken zijn binnen gemeenten veelal los van elkaar georganiseerd. Voor veel mensen met een beperking die op velerlei gebieden met vraagstukken zitten, is het geen gemakkelijke opgave om daarin de weg te vinden. Of de opgebouwde schotten maken dat er maar aan één van de vraagstukken aandacht wordt besteed.  In een steeds complexer wordende samenleving zien we dat veel mensen met een beperking het niet meer goed redden; niet meer echt kunnen meedoen. Daar zijn ze zich zelf overigens niet altijd van bewust. Overvraging en overbelasting ligt op de loer. Een laagdrempelige mogelijkheid om aan het werk te gaan met allerlei vraagstukken, zonder een ‘formeel circuit’ in te stappen is dan gewenst. Met de inzet van professionals; vrijwilligers en ervaringsdeskundigen samen met de cliënt ervoor zorgen dat hij zoveel mogelijk regie over zijn eigen leven heeft.

Vestiging MEE in Heerlen

Vestiging MEE in Heerlen

Kan dat wel in alle sociale wijkteams? Ook als er misschien wat meer tijd voor nodig is? En op een manier dat de cliënt het nog steeds als een onafhankelijke ondersteuning ervaart? Krijgen de cliëntondersteuners daar de ruimte voor van onze opdrachtgevers?
Mijn twijfel wordt groter. Ik zie ook grote verschillen. Dus wil ik er voor knokken dat de onafhankelijke cliëntondersteuning ook weer écht zijn onafhankelijke positie krijgt. In of náást het wijkteam, maar in ieder geval goed vindbaar en herkenbaar voor iedereen die ons nodig heeft.

meeLogo

Irene Thuis
Directeur/bestuurder MEE Zuid Limburg

Eerder verschenen in Sociaalbestek APRIL/MEI 2016

2 gedachten over “Gastblog Irene Thuis: Clientondersteuning in of naast het sociale wijkteam?

  1. Het kan in mijn optiek. Echter alleen als er sprake is van het duidelijk maken aan andere professionals dat een goede belangenbehartiging ook uiteindelijk maakt dat het WMO team effectiever functioneert. Dit door betere op de cliënt gerichte oplossingen bijvoorbeeld een rolstoel afgestemd op de fase waarin het ziekteproces zich bevindt maar ook al kijkend naar de toekomst en de verdere aanpassingen die noodzakelijk zijn om meer problemen te voorkomen bij een voortschrijdend ziekteproces.
    Ikzelf praat uit ervaring als ex maatschappelijk werker van een gehandicaptenorganisatie. Mijn interventies waren altijd zoveel als mogelijk gericht op de bekende win-win situatie. De onafhankelijke positie zal m.i. altijd opnieuw bevochten moeten worden omdat dit nooit iets is wat zo maar in de schoot wordt geworpen en door een ieder van de andere professionals wordt gezien.

  2. Een van de problemen nu is dat MEE niet aan belangenbehartiging doet. Het uitgangspunt naast en met de zorgvrager, onafhankelijk , is prima. Maar Mee beperkt onafhankelijk door niet het bestuur en de politiek aan te spreken, of in elk geval onvoldoende. Ze willen degenen waarvan ze subsidie krijgen niet tegen zich krijgen. Juist Mee zou met alle signalen uit de dagelijkse praktijk veel meer aan de bel moeten trekken. Problemen adresseren.

Laat hier je reactie achter:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.