Alle berichten van Jan Troost

Over Jan Troost

Ik ben al 41 jaar betrokken bij de emancipatiebeweging van mensen met een handicap. Ik geloof in het leven, en dat humor een belangrijk wapen is om uiteindelijk iedereen zijn weg te laten vinden in onze samenleving. Creativiteit en vernieuwing zijn mijn credo, soms met een kritisch ondertoon, maar altijd met open vizier en gebruik makend van ieders kwaliteiten.

“Een beetje toegankelijk” bestaat niet!

 Na 50 jaar toegankelijkheid vanuit ervaringsdeskundigheid komt de stoom uit mijn oren.

Lezers van mijn blog weten dat ik in het algemeen een genuanceerd en vriendelijk persoon ben. Maar zelfs ik ben nu echt over de rooie! Hoe lang blijven we nog aanmodderen in Nederland? Nederland is pas in de jaren zeventig gaan nadenken over de toegankelijkheid van gebouwen en infrastructuur. Toen was het overigens wel nodig dat mensen met een handicap hun plaats opeiste in onze samenleving.

50 jaar toegankelijkheid vanuit ervaringsdeskundigheid

Fysieke toegankelijkheid is in Nederland door de doelgroep al ver doorontwikkeld. De oorsprong ligt in de uitgave ‘Geboden Toegang’ uit 1973 en het Internationale Toegankelijkheid Symbool.

voorkant boek geboden toegang

Geboden toegang 1973

De opvolger is het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’.   Vervolgens is door de Gehanicaptenraad, nu Ieder(in), het ITS-Keurmerk ontwikkeld. Hieruit is de Internationale Toegankelijkheids Standaard ITS voortgekomen.

Binnen Europa liepen we voorop.

Het ontstaan is uniek omdat deze praktijkrichtlijnen zijn ontwikkeld door revalidatieartsen, architecten en met de essentiële inbreng van de gebruikers van de voorzieningen, vanuit de uitgangspunten van ‘Niets over ons, zonder ons’ en ‘Design for All’. Nederland liep hierin mondiaal voorop. In de bouwwereld wordt  de ITS gehanteerd door architecten, bouwkundigen, gebouw eigenaren en (rijks)overheden.

De overheid wilde zelfs onder Minister Blok in 2016 de laatste toegankelijkheidseisen uit het bouwbesluit schrappen.

 

Komende donderdag komt de omgevingswet weer in de Tweede Kamer.

Zoals het er nu uit ziet zal er geen afspraak komen over de te hanteren normen en zeker geen wettelijke status krijgen. “Ze zijn inderdaad vrijwillig” wordt er gezegd. Maar ze kunnen wel leiden tot een nieuwe standaard, waardoor bijvoorbeeld een bouwcomplex meer waarde krijgt als het aan die standaard voldoet.

Dus we gaan weer 50 jaar lang polderen tot de dijken een keer doorbreken. Na deze zondvloed worden we wijzer en leren we van de geschiedenis.

Fout besluit, maar wat moet er wel gebeuren?

Maak de toegankelijkheidskwaliteit (ITS) onderdeel van de duurzaamheidsagenda voor de bouw. Hiermee wordt gewaarborgd dat toegankelijkheid van de gebouwde omgeving van essentieel belang is voor de bruikbaarheid van de gebouwde omgeving door iedereen, en het verlengt de gebruiksduur.

3 kernregels zijn essentieel:

  1. Bij nieuwbouw is optimale toegankelijkheid het doel van het gehele pand, dit doe je met het toepassen van de Integrale Toegankelijkheid Standaard.
  2. Als je alleen het publieke deel van een pand toegankelijk maakt dan sluit je feitelijk mensen uit om er te kunnen werken.
  3. Streef bij bestaande bouw een haalbaar (realistisch) niveau van toegankelijkheid na.

Aanpassen achteraf kost geld. Dit hebben we in 1972 al geleerd. Als de Lindenberg in Nijmegen bij de bouw meteen toegankelijk gemaakt was had het uiteindelijk geen 1,8 miljoen gulden gekost maar 300.000 gulden.

VN Verdrag inzake rechten van personen met een handicap!

Stel als Tweede Kamer een heldere eis: ‘In 2020 moet alle nieuwbouw voldoen aan de ITS richtlijnen’

Zo niet, dan houden we hellingbanen die niet voldoen, blindengeleidelijnen die onbruikbaar zijn en rolstoel toiletten waar je geen gebruik van kan maken. We zullen het gebouw voor gebouw moeten bevechten. Regeren is een vooruitziende blik hebben. Doe uw best!

Voor ik de pijp aan Maarten geef (foto Jan van Teeffelen)

Zo, dat ben ik effe kwijt. Ik hoop oprecht voor dat ik de pijp aan Maarten geef, dat de wijsheid doordringt! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gastblog Gerrit van Keulen: Niet mee met buurtbus!

Buurtbus maakt deel uit van het ‘openbaar vervoer’, maar niet iedereen mag met de bus mee…

busje met tekst rolstoel uit

Buurtbus

Wie wil dat niet? Vrij reizen? Reizen van A naar B, wanneer jij dat wilt. Mensen met een beperking willen dat ook, maar in veel gevallen gaat dat niet. Niet omdat ze niet zouden kunnen reizen maar omdat de overheid het hen niet mogelijk maakt. En zelfs in een aantal gevallen opzettelijk onmogelijk!

Onderzoek integratie doelgroepenvervoer

De ministeries van Infrastructuur en Milieu en Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben een aantal jaren geleden onderzoek laten doen naar de stand van zaken inzake de integratie van het doelgroepenvervoer en het openbaar vervoer en de mogelijkheden om deze integratie te bevorderen. Want, het bevorderen van het gebruik van het OV door reizigers die hiertoe in staat zijn, maar nu gebruik maken van het doelgroepenvervoer, zal bijdragen aan het streven naar een inclusieve samenleving is de algemene verwachting. Het gaat hier om een onderzoek onder de naam “Integratie doelgroepenvervoer en OV | Onderzoek in opdracht van Ministeries van I en M en VWS | Eindrapportage – November 2016”

Van het doelgroepenvervoer maken 640.000 tot 680.000 mensen gebruik. De belangrijkste doelgroep bestaat uit reizigers die vanuit de WMO ondersteuning krijgen, ongeveer de helft van het totaal. De toename van het aantal ouderen (vergrijzing) heeft de grootste impact op de ontwikkelingen in het doelgroepenvervoer. Momenteel worden de totale kosten voor de overheid van het doelgroepenvervoer geschat op 680-760 miljoen euro.  De totale kosten voor gemeenten van het Wmo-vervoer worden geraamd op 200-240 miljoen euro.

Bus 1202 rijd kerk in

Op basis van eerdere onderzoeken wordt geschat dat 30-50% van de reizigers in het doelgroepenvervoer de overstap naar het OV kan maken. Dit is afhankelijk van het vervoersaanbod en de (fysieke en mentale) toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Naar verwachting stijgt het aantal mensen met een mobiliteitshandicap tussen 2016 en 2030 met 8,3%. Belangrijk is te weten dat het doelgroepenvervoer per reizigerskilometer gemiddeld vijf keer zo duur is dan het reguliere openbaar vervoer.

 

Aan de slag

Met al deze cijfers zou je verwachten dat de provincie hier rap mee aan de slag gaat. Je slaat immers meerdere vliegen in één klap! De praktijk wijst anders uit. Veel buslijnen op het platteland worden opgeheven omdat deze lijnen te weinig passagiers vervoeren (naar het oordeel van de provincie) en dus niet rendabel zouden zijn. Alleen al daarover kunnen al vragen gesteld worden want het OV wordt vanuit de overheid gesubsidieerd, maar dat terzijde. Het is aan de lokale bevolking of men een buurtbusvereniging op poten zet, vrijwilligers weet te werven en een dienstregeling kunnen opzetten. De provincie draagt de organisatiekosten en geeft ook voldoende middelen om de vrijwillige chauffeurs een leuke dag te bezorgen. De vervoersmaatschappij levert het rijdend materieel en verzorgt de onderhoud en legt de rekening bij de provincie.

‘Buurtbus = geen bus, maar auto’

De provincie en de vervoerder weten echter onder de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte en het VN-Verdrag weg te komen omdat een buurtbus geen bus is maar een personenauto, die is ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Op auto’s zijn de bepalingen van de WGBH/CZ niet van toepassing. In de nota van toelichting bij artikel 1 van het Besluit wordt opgemerkt dat voor openbaar vervoer met auto’s nog geen (technische) aanpassingen zijn vereist, omdat de in het besluit gangbare toegankelijkheidseisen naar hun aard zijn bestemd voor grotere voertuigen”,

Zo luidde de conclusie van het College voor Rechten van de Mens in een zaak die vorig jaar aanhangig werd gemaakt door ondergetekende.

 

Mij werd de toegang tot een voor rolstoelvervoer aangepaste buurtbus geweigerd.

Gerrit van Keulen
Coördinator Gemeentelijke Werkgroep Toegankelijkheid Medemblik

 

 

Gastblog Leendert van de Merbel: Ervaringsdeskundigheid!?

Vakmatige inzet van ervaringsdeskundigheid

 

 

 

foto leendert

Leendert van de Merbel

In 2010 was ik mij aan het heroriënteren op werk. Ik had een praktijk voor uitvoerend maatschappelijk werk, maar ik ging verhuizen en kon de praktijk niet voortzetten. Bij die heroriëntatie kwam ik onder meer twee vacatures tegen voor betaalde ‘ervarings-deskundigen’ bij het toen zogenoemde Revalidatie Centrum Amsterdam (RCA). Dat intrigeerde mij, want betaalde ervaringsdeskundigen kende ik niet in de ‘wereld’ van blinden en slechtzienden.

Masteropleiding

Tevens vond ik een masteropleiding die het mogelijk maakte een dienst of product te ontwerpen, te onderzoeken en/of te implementeren. In die tijd ontdekte ik dat in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) al heel wat ontwikkeld was op het gebied van vakmatige inzet van ervaringsdeskundigheid. Ik nam mij voor een functieprofiel dat in de geestelijke gezondheidszorg gebruikt werd te vertalen naar een profiel dat voor blinden en slechtzienden bruikbaar is. En tijdens de opleiding maakte ik sowieso kennis met heel wat visies op zorg, welzijn en veranderen.

Promotieonderzoek

Door mijn contacten in Vlaanderen wist ik dat er een richting binnen de wetenschappen was ontstaan die ‘disability studies’ werd genoemd. Dat is een richting waarbinnen mensen met een beperking een prominentere rol hebben. Toen mij tijdens de masteropleiding opviel dat er nog zo weinig bekend was over ‘disability’ en over de vakmatige inzet van ervaringsdeskundigheid, kreeg ik zin om na de opleiding door te gaan met onderzoek. Bovendien wilde ik mijzelf nader ontwikkelen. Ik legde contact met kwartiermakers in Nederland wat disability studies betreft. Ik had in het voorjaar van 2012 een inspirerend gesprek met de kennismanager van Disability Studies in Nederland (DSiN) en vervolgens kwam ik in contact met degenen die nu mijn promotoren zijn.

Waar gaat het over?

In heel mijn promotieonderzoek gaat het over de inzet van ervaringsdeskundigheid. Eerst ging ik na welke betekenis belanghebbenden geven aan die al dan niet vakmatige inzet met betrekking tot blinden en slechtzienden. In aansluiting daarop hebben we nu als ervaringsdeskundigen met verschillende beperkingen overleg, leren we van elkaars praktijk en leveren we een bijdrage aan het vak. Ja, zelf ben ik ook ervaringsdeskundig. En vanwege mijn ervaringsdeskundigheid breng ik verder in kaart welke hindernissen ik tijdens het promotieonderzoek tegenkom.

Te pas en te onpas

Wat bij mijn onderzoek nog wat onderbelicht is gebleven, is het te pas en te onpas gebruiken van termen als ‘ervaringsdeskundige’ en ‘ervaringsdeskundigheid’. Het is in sommige kringen wat in de mode geraakt om iedereen die ergens ervaring mee heeft ervaringsdeskundig te noemen. Herken je dat?

Als je soms kookt, ben je dan een kok?

Ik kook thuis een aantal keren per week eten, maar ben ik dan nu een kok? Ik doe soms verslag van een gebeurtenis, maar ben ik dan een journalist? Enfin, is iemand een ervaringsdeskundige als hij of zij een keer langer dan een uur heeft moeten wachten bij de huisarts?

Met dit punt ga ik ook nog nader aan de slag. Ik houd mij aanbevolen voor voorbeelden waarvan gedacht kan worden dat het te onpas gebruik is van de terminologie.

Meer informatie over mijn activiteiten en contactgegevens is te vinden op mijn website www.leendertvandemerbel.nl

 

Broeder Tuck is niet meer onder ons!

Broeder Tuck (foto Monique Velsenboer)

“Nicht nur die Menschheit
Doch die ganze Schöpfung
Wartet darauf
dass wir Menschen werden”

Onze dappere, inspirerende, blijmoedige man, vader en broer is niet meer.
Wat zullen wij hem missen!

Jeroen Zwart
Broeder Tuck

Apeldoorn, 14 juni 1955
Oosterbeek, 18 december 2017

Hetty
Feye & Barbara
Machiel

Op vrijdag 22 december is om 14.00 uur de afscheidsbijeenkomst in uitvaartcentrum Mijnhart, Utrechtseweg 220 te Oosterbeek.

Daarna zien we elkaar in de ontmoetingsruimte van het uitvaartcentrum.

Neem geen bloemen mee, maar graag een gift voor
“Terug naar de bossen” op rekeningnummer:

NL95 TRIO 0254 3568 69
Ten name van Beh. Gehandicap. Emancip. ovv terug naar de bossen Broeder Tuck gift.

Woorden schieten te kort bij het verlies van mijn (onze) grote vriend Broeder Tuck, knuffelbeer, medestrijder en makker in goede en slechte tijden. Op 29 november 2017 tijdens ons Congres Gelijk is Gelijk heeft Jeroen op indrukwekkende wijze afscheid genomen van zijn vrienden en fans. Hij was er trots op dat hij de Broeder Tuck Award 2017 nog zelf kon uitreiken.

 

De kunst om er bij te horen!

Wat een weekje!

Samen met mijn vrouw Paula en zoon Ivar gaan we spontaan naar de Utrechtse Chinees om een hapje te eten. We kwamen terug van het Congres Gelijk = Gelijk in Utrecht. Het Congres dat met zijn 500 deelnemers, na maanden van voorbereiding, echt een succes genoemd mag worden! Terwijl we aan het eten waren realiseerde ik me dat ik vanavond niet naar huis zou gaan, maar door zou reizen naar Amstelveen omdat ik morgenvroeg al in Amsterdam moet zijn.

Na een dag lang dagvoorzitter zijn, waardoor je lijf vol adrenaline zit, kom ik langzaam weer op aarde met een bord bami voor me. Na afscheid genomen te hebben van Paula en Ivar rij ik door naar Amstelveen. Daar logeer ik bij Gerda, mijn oude internaat-vriendin.

 

Onderweg

Tijdens mijn rit naar Amstelveen realiseer ik me pas echt dat ik de komende drie dagen actief zal zijn op het Internationale Congres The art of Belonging georganiseerd door Disability Studies. De rollercoaster waarin ik me bevind word ik nu pas bewust van.

Broeder Tuck Award

Jeroen Zwart (broeder Tuck), mijn grote blinde vriend en strijdmakker van Terug naar de bossen, heeft vandaag afscheid genomen van zijn vrienden en fans tijdens ons Congres. De strijd tegen kanker heeft hij verloren. Desondanks is hij ongelofelijk sterk en wilde hij dan ook zelf de aanmoedigingsprijs ‘de Broeder Tuck Award’ uitreiken aan Breda voor hun inzet voor het VN Verdrag. Deze prijs zal ook volgend jaar weer worden uitgereikt.

Broeder Tuck reikt eerste Broeder Tuck Award uit aan Breda voor iedereen.

 

 

 

Tekenlabo

Eigenlijk zou Broeder Tuck de komende dagen samen met mij het tekenlabo in het bos op de conferentie bemannen op verzoek van mijn Vlaamse vriendin Sophie Sergeant van Disability Studies. Helaas was dit lichamelijk niet meer voor hem op te brengen. Ik voel dat er vocht uit mijn ogen komt, maar met de vechtlust van Broeder Tuck in mijn achterhoofd besluit ik deze uitdaging ook weer aan te gaan.

De Parkeergarage

In alle vroegte vertrek ik naar Amsterdam om ruim op tijd in Hotel Casa te zijn waar het Congres plaatsvindt. Ik sta voor de parkeergarage en bel met de organisatie of ze iemand kunnen sturen om mee de garage in te rijden. Ik ben als de dood voor die dingen… Van mijn eerste bus heb ik namelijk het dak er van af gereden. Gelukkig hebben ze een support bar waar je met alle vragen terecht kunt, of je nou een uitleg wilt over een cartoon, een vertaler of het toegankelijke toilet nodig hebt of in mijn geval ondersteuning wil bij het inrijden van de parkeergarage om mijn dakfobie te overwinnen. Al bij de binnenkomst voelt het als een warm bad en na de prima koffie en ontbijt vertel ik dat Broeder Tuck er helaas niet bij zal zijn.

Ze begrijpen mijn dubbele gevoel en geven meteen aan dat als ik me even wil terugtrekken dat ik me vrij moet voelen om dit te doen. Deze woorden doen me zichtbaar goed en ga naar mijn hotelkamer om me om te kleden. Het bed naast me is leeg en ik voel me verdrietig want mijn grote vriend waar ik vele avonturen mee heb beleefd zal er binnenkort niet meer zijn.

Robin Hood

Ik lees het programma en wat er eigenlijk van me wordt verwacht. Na mijn nieuwe Robin Hood outfit te hebben aangedaan ga ik naar mijn eigen bos. Sophie heeft het Tekenlabo al ingericht inclusief tent. Helaas doet de computer het niet goed en besluiten we zelf de vraag te stellen aan de congresgangers: “waar voel jij je thuis?”

Sophie en Robin Hood

Sophie legde me nog een keer uit wat ik moet doen: mensen verleiden om te tekenen, een formulier laten tekenen dat we de tekeningen mogen gebruiken om er verder onderzoek naar te doen en een foto maken met de persoon in kwestie inclusief de tekening in ons bos.

Ik kan niet tekenen

In het begin was het lastig om mensen aan te zetten om te tekenen. Hun standaard antwoord was “ik kan niet tekenen”, waarna ze zich snel uit de voeten/wielen maken. Nu ben ik zeker geen wetenschapper maar ik heb wel mensenkennis dus besluit ik zelf om een tekening te maken en hang deze aan de waslijn. Na nog een bak koffie gaat Robin Hood op zoek naar een nieuwe kandidaat.

Als het eerste schaap over de dam i,

volgen er meer!

 

 

 

Het bos in

De eerste die ik kon verleiden nam ik mee naar mijn bos en legde uit wat ik van haar wilde. Natuurlijk kon zij ook niet tekenen, maar toen ik wees op mijn eigen tekening besloot ze toch mee te doen. Toen het eerste schaap over de dam was kwamen er steeds meer. Wat mijzelf verraste waren de zeer intensieve gesprekken die ik tijdens deze ontmoetingen had. Het bos, het tekenen en ook in mijn rol als Robin Hood waren tijdens het drukke en intensieve Congres een rustpunt. Maar ook het tekenen op zich gaven nieuwe inzichten door hier samen over te praten.

Broeder Frits en Ruud

Broeder Leentje en Cailin

 

 

 

 

 

 

Op de andere dagen kreeg ik versterking van Broeder Leentje, Broeder Frits, Cailin, Ruud en twee studenten. Wat een prachtige werkvorm eigenlijk in onze jachtige wereld; dit ga ik vaker doen. Gelijk = Gelijk was geweldig om te doen. Maar ik realiseer me nu nog meer dat de strijd voor een samenleving voor iedereen, die ik al sinds mijn 14e voer, ook een andere kant heeft!

De kunst om er bij te horen!

 

Wat een uitdaging! Gelijk is Gelijk.

In april 2017 besloot ik om op 59 jarige leeftijd mijn eigen bedrijf ‘Inclusie verenigt’ te starten. Mijn vaste lezers weten dat ik inmiddels al 45 jaar actief ben binnen de belangenbehartiging. Ik zet mij in voor gelijke rechten en mogelijkheden voor mensen met een handicap. Ondernemer zijn is wel echt iets anders dan betaald worden in loondienst als belangenbehartiger. 

Alexander en ik tijdens een interview bij de start van aparticipatie.nl

In april j.l. werd ik benaderd door Alexander van de Kerkhof om samen het eerste Nationale Congres: Gelijk is Gelijk te organiseren. Meteen begon mijn hart sneller te kloppen!

We hebben samengewerkt tijdens het Europese jaar van de gehandicapten in 2003. Hij als directeur en ik als bestuurder. Deze persoonlijke band heeft er mede voor gezorgd dat we de uitdaging zijn aangegaan om het VN Verdrag zoveel mogelijk onder de aandacht te brengen. 

Erica Terpstra was in 2003 onze gast

Natuurlijk zei ik meteen ja. Dat het zo’n mega klus zou worden had ik niet verwacht. Maar wat een boeiend, leerzaam en soms frustrerend proces was het! Maar ook zeker momenten van verwondering en blijdschap waren er. Ook kreeg ik het besef dat er veel mooie dingen om ons heen gebeuren.

Het Congres met bijzondere sprekers 

Het VN Verdrag voor rechten van mensen met een beperking is in Nederland nu één jaar in werking. Hoe ver zijn we en hoe moeten we nu verder? Dit eerste Nationaal Congres bezorgd u actuele informatie en leerzame (inter)nationale praktijkvoorbeelden. Het benoemd valkuilen en succesfactoren, biedt praktische tips en adviezen en introduceert u in nuttige netwerken. Ook geeft dit u noodzakelijke bouwstenen voor de Lokale Inclusie Agenda.

Sprekers:

Kees van der Burg | Directeur-Generaal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Laszlo Lovaszy | Member of the Committee on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD Comité)
Jenny Goldschmidt | Voorzitter Coalitie voor Inclusie;
Illya Soffer | Directeur van Ieder(in)
Dick Houtzager | Lid College voor de Rechten van de Mens
Patrick Vandelanotte | Directeur GRIP Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap
Jiska Ogier | Jongeren-initiatief Wij Staan Op

Verder aanwezig namens de beleidsmakers:

Co Engberts | Kwartiermaker VN Verdrag bij Ministerie van VWS

Bea Schouten | Gedeputeerde Provincie Gelderland

Otwin van Dijk | Burgemeester Oude IJsselstreek, lid VNG

Marcel Thijsen |Burgemeester Tynaarlo

Hans de Kunder | Wethouder gemeente Reimerswaal, Commissielid VN Verdrag bij de VNG

Yolanda van Doeveren | Stedelijk programmamanager Amsterdam.

Ook aanwezig namens de uitvoerders, gemeenten, burgers en bedrijven:

Fini de Paauw | Oud voorzitter CG Raad, VN Ambassadeur Zeeland

Ahmed El Mesri | Voorzitter Assadaaka Community, multiculturele vriendschap Amsterdam

Amber Bindels Jongeren-initiatief Wij Staan Op

Willem Jagersma | Directeur PBT consult, toegankelijkheid expert

Jan van Slochteren | Terug naar de bossen, VN Ambassadeur Groningen

Martijn Koot | Ondernemer, gastheer Café Anneke Wijchen

Paul Kool | Ondernemer, VN ambassadeur Tynaarlo

Femke den Hartog| INretail, brancheorganisatie non-food detailhandel

Op woensdag 29 november begint in de   Jaarbeurs Utrecht het interactieve en levendige congres met een veelheid aan belangenorganisaties en hun vertegenwoordigers, het bedrijfsleven, de actieve burgers en provinciale en lokale overheden.

Cabaret de Gemeentereiniging

Cabaret de Gemeentereiniging

Al sinds 1982 is hun motto; “Daar waar rotzooi is, daar zijn wij!”.
Dus ook bij veel acties tegen ongelijkheid en voor inclusie
waren zij er ter ondersteuning. De mannen van de
Gemeentereiniging halen de ‘Bezem en de Mop’ door dit
Nationaal Congres. Zij zorgen ervoor dat 29 november niet
stoffig of saai zal zijn!

Ook u wordt nadrukkelijk om actieve inbreng gevraagd!

BREDA

Toen ik een verzoek plaatste op Twitter om ambtenaren die met het VN Verdrag actief zijn op te roepen werd ik benaderd door Miriam Haagh-Reijne, Wethouder Zorg/Onderwijs/Dienstverlening van de gemeente Breda. Zij vertelde me over  ‘Breda voor iedereen’.  Naar aanleiding van het het werkbezoek aan de gemeente Breda hebben we besloten om dit pracht voorbeeld toe te voegen aan het middagprogramma.

Het is nog steeds mogelijk om je in te schrijven:  Ga naar www.gelijkisgelijk.nl en schrijf je in! 

Inmiddels hebben al 35 Gemeenten zich aangemeld.

Roermond, Venray, Leeuwarden, Leiden, Sint Michelsgestel, Wageningen, Rotterdam, Roosendaal, Hendrik-Ido-Ambacht, Amsterdam, Hellendoorn, Steenwijkerland, Zederik, ‘s-Hertogenbosch, de Bilt, Middelburg, Midden Drenthe, Reusel-de Mierden, Giessenlanden, Leusden, Tynaarlo, Leiden, Horst aan de Maas, Aalten, Haarlem, Zandvoort, Amersfoort, Haarlemmermeer en Maastricht zijn allemaal van de partij! 

Lokale platforms sociaal beleid en VN Ambassadeurs zijn ook goed vertegenwoordigd. 

Nu is de zaal in het Beatrixgebouw nog leeg, maar de honderden aanmeldingen tot nu toe zullen zorgen voor een levendige, leerzame en vooral plezierige bijeenkomst! 

Voor aanvullende vragen of wensen zijn wij u graag van dienst.

Ga naar:  www.gelijkisgelijk.nl, bel: 026 3779739  of mail naar:  info@gelijkisgelijk.nl

Wij verheugen ons op uw komst!

Met vriendelijke groet,

Jan Troost en Alexander van de Kerkhof

Organisatoren 1e Nationaal Congres Gelijk = Gelijk

Gastblog Burgemeester Otwin van Dijk: Gelijk is Gelijk!

De Vlaamse journalist Luk de Wulf maakte vorig jaar een prachtig YouTube filmpje van Tima. Een negenjarig meisje dat in een rolstoel zit. Het is echt de moeite waard om te kijken. 

Deze film is gemaakt  in samenwerking/opdracht door Ouders voor Inclusie Belgie

Deze campagne heeft de titel gekregen #sayyes — ‘zeg ja tegen kindjes zoals ik’. Het werd in België een enorme hype. Veel mensen schaarden zich achter deze oproep. Waarom? Omdat het appelleert aan een gevoel van rechtvaardigheid denk ik. En omdat het laat zien wat we allemaal willen. Zorgen dat iedereen mee kan doen.

Nederland

Eigenlijk doen we in ons land iets heel raars. We lossen heel veel op met zorg, terwijl dat vaak niet de beste oplossing hoeft te zijn. Een goed voorbeeld vind ik altijd het openbaar vervoer. Dat is helaas nog steeds niet echt goed toegankelijk. Dan maak je dat toch toegankelijk zou je denken… Nee, we laten een optocht van aangepaste busjes rijden achter niet-toegankelijke streekbussen. Waarom maken we niet gewoon alles toegankelijk? Daar heeft iedereen profijt van. Je komt elkaar dan ook echt tegen. Hetzelfde geldt voor het onderwijs. Voor de ouderenzorg. Voor de gehandicaptenzorg. We zorgen over het algemeen heel goed voor mensen die iets nodig hebben hoor. Maar Nederland kent geen echte traditie van inclusie. We zijn gewend om dingen voor mensen apart te regelen. Vaak ook buiten het zicht van de samenleving.

Het Dorp

Bedenkt u zich dat onze eerste grote crowdfunding-operatie op TV zo’n 55  jaar geleden ‘open het dorp’ was. We zamelden geld in om lichamelijk gehandicapte mensen — apart — bij elkaar — aan de rand — van Arnhem te laten wonen. Ook nog eens op heuvels trouwens. Wat ik als rolstoeler persoonlijk toch best sadistisch vind.

Ulft 2508- Burgemeester Otwin van Dijk, PvdA, Oude IJsselstreek op het DRU terrein /RM

Studie

Toen ik zelf 20 jaar geleden wilde gaan studeren en om een vervoersvoorziening vroeg om naar de universiteit te komen omdat het openbaar vervoer niet toegankelijk was, werd dat afgewezen. Mensen zoals jij — gehandicapt — hoeven niet te studeren. Ik werd boos en zocht contact met de politiek. Het beleid werd gelukkig gewijzigd en ik kon wél gaan studeren.

VN Verdrag

Nederland heeft anderhalf jaar geleden eindelijk het VN verdrag voor rechten voor mensen met een beperking geratificeerd. Tegelijkertijd is wettelijk vastgelegd dat gebouwen en voorzieningen toegankelijk moeten worden gemaakt voor mensen met een beperking. Dat betekent dat we moeten werken aan gelijkwaardigheid. In de zorg. In onze samenleving. In ons beleid. Waarin we mensen niet apart zetten als ze anders zijn. Waarin we niet alles oplossen met zorg. Waarin we vooral kijken naar de mens achter een handicap, ziekte of ouderdomsgebrek. Ik pleit voor een inclusieve samenleving waaraan iedereen — jong en oud, gehandicapt en gezond, enz. — mee kan doen. En we dát regelen.

Fotomodel

Dat vraagt wat van mensen met een zorgvraag zélf. Laat zien dat je er bent en vertel wat je nodig hebt om het leven te leiden dat je wilt. Ik ken een meisje met Down dat een contract heeft gekregen als fotomodel. Een verdere emancipatie dus van cliënten en patiënten. Misschien moeten we ook eens ophouden met woorden als cliënten en patiënten. We zijn gewoon allemaal unieke burgers.

De Samenleving

Het vraagt ook wat van de samenleving. We moeten ons allemaal afvragen wat we kunnen bijdragen om ervoor te zorgen dat iedereen uit de voeten kan. Wat kan ik als museum, dienstverlener, buurman of werkgever doen? Je ziet bijvoorbeeld prachtige initiatieven van supermarkten die hun personeel trainen hoe om te gaan met mensen met dementie. Zo krijgen we een dementievriendelijke samenleving.

Gemeenten

Het vergt ook wat van gemeenten. Op lokaal niveau komt alles wat met het gewone leven te maken heeft bij elkaar. Toegankelijke gebouwen. Openbaar vervoer dat door iedereen gebruikt kan worden. Sportclubs waar mensen met en zonder handicap met elkaar samen trainen. Gewoon naar school. Zorg en ondersteuning om echt mee te kunnen doen. Gemeenten hebben een belangrijke opdracht om te werken aan de inclusieve samenleving.

1 e Nationale Congres: Gelijk = Gelijk

Op 29 november is het eerste grote congres over het VN verdrag voor rechten voor mensen met een beperking. Met een prachtige titel: ‘Gelijk = Gelijk’. Gemeenten kunnen op die dag van elkaar leren.

Aaanmelden: www.gelijkisgelijk.nl

“Aandacht maakt alles mooier” is de slogan van een bekende Zweedse meubelmaker. Ik denk dat dat zo is. Oprechte interesse in elkaar leidt tot meer gelijkwaardigheid. Denk af en toe eens aan het filmpje over Tima en stel jezelf vraag:

“Wat zou ik willen in zo’n situatie?” Laten we daar met z’n allen aan werken!

Burgemeester van Dijk

Otwin van Dijk

Burgemeester Oude IJsselstreek,

voormalig Tweede Kamerlid 

De rollende Burgemeester 

Uit de kleren

“Ik heb altijd goed mijn best gedaan om het te verbergen onder mijn kleding, maar nu kom ik uit de kast.”

Wat velen niet weten is dat ik als OI’er al sinds 1966 een corset beugel apparaat draag. Een Amerikaanse uitvinding waar mijn toenmalige orthopeed helemaal voor naar Amerika gereisd is. Al bijna 51 jaar leef ik in een leren harnas. Ik heb altijd goed mijn best gedaan om het te verbergen onder mijn kleding, maar nu kom ik uit de kast. Ik vermoed dat ik maar één van de weinige ben die met dat leren harnas door het leven ga. Met de huidige medische inzichten zal het ongetwijfeld beter zijn om met een infuus vol bisfosfonaten en extra therapie door het leven te gaan. Toch ben ik nog steeds blij met mijn ijzeren harnas. Ik geef toe dat het met de warme dagen van de laatste periode wat minder is. Lichamelijk contact is ook wat minder, je zweet erin als een otter maar het was altijd wel een redelijk goede bescherming. Ook heb ik geen last van een energetische beperking of pijn. Mijn scoliose is ongetwijfeld met een slang in een S bocht te vergelijken en mijn duifvormige borstkas is iets waar Jerommeke van Suske en Wiske vast jaloers op is, maar ja!
Van 1966 tot 1976 had ik het apparaat dag en nacht aan. Inmiddels waren mijn spieren pudding. Eén keer per week mocht ik uit het harnas om door de wijkzuster gewassen te worden.

corsset

Jong  en oude jan

Of ik met die beugels ooit kinderen zou hebben gekregen dat betwijfel ik dan wel weer.

Dus met Raoul, onze oude deskundige fysiotherapeut, in het achterhoofd:  “Bewegen is goed voor je”. Dat is de reden dat ik nog steeds kan rijden in een handbewogen rolstoel. Ik doe s’ avonds mijn harnas uit en therapie doe ik in mijn warme ligbad. Wat ik nog niet heb uitgeprobeerd is of het ook als kogelvrij vest werkt. Of ik in dit harnas begraven wordt dat weet ik nog niet zeker.

beugels met rolstoel

Nieuw Kunstwerk in wording.

op het binnen hof met terug naar de bossen

Binnenhof met mijn vrienden van Terug naar de bossen (2014)

 

 

 

 

 

 

 

 

Kunstwerk voor op het Binnenhof!

Misschien beter om er een kunstwerk  voor de Tweede Kamer op het Binnenhof van te maken. Als herinnering dat we zijn uitgekleed door Kabinet Rutte 1, 2  en… ?  

De toekomst zal het leren.

Jan Troost www.inclusieverenigt.nl

Column verschenen in Breekpunt (jaargang 34 najaar 2017) 

“Overziet ook u de gevolgen van een eventuele handicap”

Interview met Jan Troost over de invulling van een inclusieve samenleving. 

jan in de tuin

jan troost

Het onderwerp “de vaststelling van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap” lijkt een ver van ons bed show. Beseffen wij genoeg dat dit ons allen aangaat en dat het iedereen kan overkomen een beperking te krijgen? Jan Troost wil ons graag meenemen in dit verdrag als directeur van adviesbureau Inclusie Verenigt. Jan zet zich al sinds zijn 14 de levensjaar in om de belangen van mensen met een beperking te behartigen. Daarom heeft de Adviesraad Sociaal Domein Lansingerland aan Jan Troost gevraagd om ons op 9 oktober aanstaande mee te nemen naar de inhoud van dit VN-verdrag. 

Maandag 9 oktober

U bent van harte welkom om mee op reis te gaan in Zalencentrum Rehoboth, Wilhelminastraat 2 in Berkel en Rodenrijs. De bijeenkomst begint om 20.00 uur, de inloop is vanaf 19.30 uur en de toegang is 

  1. Wat zijn volgens u tot nu toe de grootste successen die Nederland geboekt heeft sinds de ondertekening in 2016 van het VN-verdrag met betrekking de inclusieve samenleving oftewel een samenleving waaraan alle mensen onbeperkt kunnen deelnemen?

“Het doel het van het VN-verdrag is, aandacht voor de burgerrechten van, en onbeperkte deelname aan de samenleving door iedereen. Het grootste succes is dat er nu aandacht is voor de burgerrechten van mensen met een beperking; het is hopelijk pas een begin van meer.”

  1. Wat is uw persoonlijke drijfveer voor uw inzet voor een inclusieve samenleving?

“Ik ben opgegroeid op een internaat. Mensen met een handicap werden in mijn tijd ver van de samenleving grootgebracht. In de zeventiger jaren vond men het niet noodzakelijk om voorzieningen te treffen waardoor mensen met een beperking niet of nauwelijks deel konden nemen aan de samenleving. Nu denkt men daar anders over en strijd ik ervoor dat mensen met een handicap dezelfde mensenrechten hebben als ieder ander en onbeperkt mee kunnen doen in de samenleving.

  1. Wat zijn de grootste onvermijdelijke nog te nemen hobbels en tegenslagen?

“De grootste hobbel die genomen moet worden is dat maar een klein percentage van de samenleving weet wat het is om gehandicapt te zijn. Hierdoor is er nog veel onwetendheid bij de politiek en bij ondernemers, met als gevolg dat elementen uit het VN-verdrag slechts langzaam vorm krijgen. Wat betekent het bijvoorbeeld voor jou als ondernemer wanneer je iemand met een handicap in dienst neemt?  Of, hoe richt ik mijn gebouwen op een juiste manier levensloopbestendig in? Bij het opzetten van een groot congres over dit onderwerp is het moeilijk om ondernemers te vinden die bereid zijn in gesprek te gaan. De verwachting is niet dat de wereld van vandaag op morgen veranderd is, maar er moet wel iets gebeuren. Er wordt een toename verwacht van mensen met een beperking. Denk hierbij aan de vergrijzing van de Nederlandse bevolking. Ook deze mensen moeten onbeperkt kunnen participeren onze samenleving.”

  1. Wat zou de gemeente Lansingerland moeten prioriteren om onbeperkt “Lansingerland voor iedereen!” toegankelijk te maken?

“Allereerst dient de gemeente bekendheid te geven aan het thema en inzichten verschaffen over hoe het is om te moeten leven met een beperking. Grote winst hierbij is dat mensen met een beperking niet meer in apartheid opgroeien. Indien mogelijk is het regulier basisonderwijs toegankelijk en woon je gewoon in de wijk. Dit was wel anders toen ik opgroeide. Destijds werd een persoon met een beperking nog gezien als enkel een object van zorg.”

  1. Als u voor één dag minister-president mocht zijn, wat zou u dan hoog op de politieke agenda willen plaatsen in relatie met het VN-verdrag?

“Wat mij als eerste te binnen schiet is om duurzaamheid en toegankelijkheid aan elkaar koppelen.”

Mensen hebben het over duurzame gebouwen, maar dat betekent in mijn ogen ook dat ze voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Juist met het oog op de toekomst! Wat betreft het personeelsbeleid van grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld de NS, zou het een goed streven zijn om meer mensen met een beperking aan te nemen. Automatisch zal er dan meer aandacht komen, via deze medewerkers, voor de onbeperkte toegankelijkheid. Wat arbeid betreft moet er veel meer gekeken worden naar de mogelijkheid die mensen hebben, oftewel, kijk naar kwaliteit en mogelijkheden in plaats van naar beperkingen!”